Menu:

header_kunstenaars.jpg?v=2

Kunstenaars

Van de vele kunstenaars in ons bestand zijn er circa 80 met een Joodse achtergrond. Het gaat daarbij om zowel amateurs als professionals. Velen daarvan zijn nog nauwelijks bekend in de officiële kunstgeschiedenis. Aan elk van hen wordt in een lexicon-artikel apart aandacht besteed. Behalve beknopte informatie over leven en werk van elke kunstenaar worden steeds de stijlkenmerken en de voorkeuren voor bepaalde symboliek aangestipt. Een steeds terugkerende vraag is voor wie de exlibris werden gemaakt en of dat in opdracht of op eigen initiatief geschiedde. Extra aandacht vraagt de kwestie of de titularissen van de exlibris van deze kunstenaars zelf Joods waren of niet. Ook zal er verwezen worden naar relevante publicaties over iedere kunstenaar. Tenslotte wordt van elke Joodse exlibrismaker een volledige werklijst van zijn of haar exlibris opgesteld. De hieronder staande signalementen van zeven kunstenaars met een Portugees-joodse achtergrond zijn afkomstig uit onze catalogus voor de tentoonstelling in Middelburg in 2007. Zij geven, ondanks hun beknoptheid, een indicatie van wat ons met het ’lexicon van kunstenaars’ in het boek voor ogen staat.

Zeven Portugees-joodse exlibris-kunstenaars

Samuel Jessurun de Mesquita (Amsterdam 1868 - Auschwitz 1942).
Had als houtsnijder en tekenaar van zogenoemde sensitivistische tekeningen groot aandeel in de vernieuwing van de kunst rond 1900. Werkte aanvankelijk als kunstenaar en docent in de sector van de kunstnijverheid. Werd in 1933 docent aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam. De twee exlibris, die wij van hem kennen stammen uit zijn beginperiode. Een ervan is gemaakt voor zijn familieleden, het echtpaar D. en A. da Silva. Mogelijk is het prentje met zijn naam en vijf grimassen trekkende koppen zijn eigen exlibris. In 1984 wijdden Boymans van Beuningen en het Joods Historisch Museum een expositie aan zijn werk. Het Haags Gemeente Museum besteedde in 2005 aandacht aan hem.

Henri Jacques Bueno de Mesquita (Amsterdam 1887 - Florence 1962).
Werd net als zijn broer David veelzijdig gevormd op de Rijksacademie te Amsterdam en verhuisde zeven jaar eerder dan deze naar Florence. Hier startte hij een kunstnijverheidsatelier annex winkel, waarin hij o.a. zijn eigen wenskaarten en kalenders verkocht. Als bedreven graficus moet hij een aantal exlibris hebben gemaakt. Ons is evenwel alleen dat voor hemzelf bekend, waarop hij zich afbeeldde als een dynamisch lezer of beoordelaar van grafische bladen.

David Abraham Bueno de Mesquita (Amsterdam 1889 - Florence 1962).
Werd opgeleid tot veelzijdig kunstenaar aan o.a. de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten en bereisde dankzij de Prix de Rome in 1913 Italië. Werd bekend als boekillustrator van o.a. de Pietje Bel serie. Emigreerde in 1929 naar Florence. Leerde hier een van de beste Italiaanse exlibris-kunstenaars kennen: de houtsnijder Italo Zetti. Door hem geïnspireerd schiep hij een oeuvre van tenminste 26 exlibris, grotendeels voor Italiaanse opdrachtgevers of buitenlandse verzamelaars, maar ook voor enkele Nederlandse Joden. Ze kenmerken zich door de vitaliteit en bewegelijkheid van talrijke fantasiefiguren, zoals engelen, muzen, elven en tot de verbeelding sprekende personen, zoals acteurs, clowns en tovenaars . (Hij bleef ook als houtsnijder “schilderen”, schreef hij hierover.) Voor zichzelf maakte hij twee exlibris, waarop hij zich afbeeldde als een ridder, maar dan wel op een speelgoedpaard en met de verftube als harnas, het palet als schild, het penseel als lans en de tekenpen als zwaard.

Engelien Reitsma Valença (Amsterdam 1889 - Bergen 1981).
Werd o.a. opgeleid aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, maar leerde tevens het vak van haar vader - diamantkloven. Ontwikkelde zich tot een zeer gewaardeerd kopergraveerster o.a. van portretten. Ontwierp ook postzegels. Van deze zeven kunstenaars maakte zij de meeste exlibris (ca. 75). Dit waren meestal juweeltjes van kopergravures met landschappen, stadsgezichten, flora en fauna. Onder de Joodse titularissen bevinden zich haar drie kinderen, een vijftal Nederlandse Joden en vier buitenlandse opdrachtgevers, waaronder de bekende Amerikaanse exlibris-verzamelaars Shaftel, Radbill en Ginsberg. In het begin van de oorlog gaf zij les aan de Joodse Kunstnijverheidsschool. In 1956 en 1989 verschenen over haar respectievelijk het Portugese boekje van Cruz Malpique en de studie van Herber Blokland.

Lodewijk Lopes de Cardozo (Kapellen 1910 - Midden-Europa 1945).
Was reclameontwerper te Amsterdam. In het verlengde daarvan begon hij in 1940 ook exlibris te maken o.a. voor zijn vader Abraham (Appie) en zijn levensgezellin Selma Hirschel. Er zijn er ons twaalf van bekend. Ze kenmerken zich door beheerste eenvoud, die volgens zijn necrologie ook zijn ‘aristokratisch-Portugese karakter’ kenmerkte.

Lodewijk de Miranda (Amsterdam 1910 - Amsterdam 1993).
Werd opgeleid op het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs te Amsterdam. Was daarna werkzaam als reclametekenaar. Hij ontwierp o.a. logo’s voor bedrijven. Daarnaast moet hij ook vele exlibris hebben gemaakt, waarvan er ons vooralsnog slechts zes bekend zijn. Drie daarvan dragen de naam van een Joodse titularis. Zijn werk wordt bewaard in het Affichemuseum te Hoorn.

Max Bueno de Mesquita (Amsterdam 1913 - Amsterdam 2001).
Werd als neef van David en Henri en als broer van de bekende komiek Abraham, geboren in een zeer gecultiveerd milieu. Hij studeerde aan de Rijksacademie, reisde dankzij de Prix de Rome in Italië. Terug in Nederland stuitte hij op het antisemitisme. Na een opleiding in de grafische vakken was hij werkzaam op een Haarlemse drukkerij. In 1936 werd hij zionist, maar slaagde er niet in naar Palestina te komen. Hij overleefde Auschwitz en vocht in 1948 in de onafhankelijkheidsoorlog van Israël. Hij keerde terug naar Nederland en probeerde als schilder en beeldhouwer zijn traumatische ervaringen te boven te komen. In 1977 maakte Willy Lindwer een korte documentaire over hem. In 1991 verscheen zijn autobiografie. Ons zijn slechts twee exlibris van hem bekend. Het ene stamt uit de tijd dat hij voor graficus werd opgeleid en beeldt een muskiet af als verwijzing naar zijn naam. Het andere maakte hij voor Willy Lindwer.

Van links naar rechts: het door hemzelf in 1902 vervaardigde exlibris van Ernst A. Loeb (1878-1957) met daarop een brandend lampje (geestelijke verlichting) en een boek; het exlibris van Fré Cohen (1903-1943) voor zichzelf; het dateert van 1931 en stelt een boom in de wind voor; het naamsexlibris dat Max Bueno de Mesquita (1913-2001) in 1936 voor zichzelf maakte.